Iemand draagt alle noten in één hand
tree voor tree de trappen op.
Hij wikt en weegt en zift en zeeft.
Tot wat hij heeft tot het hart beweegt.
Toetsen worden kleine vogels die
de lucht slag per slag beroeren
tot de adem in de keel.
Iemand vreest de val maar klimt.
Geen pas. Geen wolk is hem te veel.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten